De peuter De allerkleinsten worden tot ze vier jaar oud zijn in een apart peuterklasje opgevangen en via gewoontevorming en korte activiteiten voorbereid op de kleuterklas. De kleuter Een zorgvuldige waarneming van de ontwikkeling van de kinderen in hun eerste zeven levensjaren, maakt de fundamentele opgaven voor het kleuteronderwijs zichtbaar. Onze grote zorg moet in de kleutertijd uitgaan naar een gezonde ontwikkeling van de zintuigelijke vermogens, naar gezonde gewoontevorming, naar het ritmiseren van het dag- en weekverloop, naar een gezond slaap-waakritme en naar de ondersteuning van een gezonde orgaanvorming via waarachtige gebaren in de omgevingsruimte en de activiteiten. Bovenal moet er veel ruimte zijn voor beweging. De kinderen moeten tot hun zevende levensjaar in de gelegenheid gesteld worden om hun lichamelijkheid ten volle te ontwikkelen in spel en beweging en daardoor een basis te leggen voor een gezond wilsleven en een in de ruimte en tijd ingebedde beleving. De kleutertijd is de gouden tijd waarin het kleine kind door middel van zijn rijke fantasie en de nabootsingskracht al spelend zijn vrijheid beleeft en ontplooit. Dank zij schoonheid en harmonie, ritme en geborgenheid in het klasje ontwikkelt het kind zijn vertrouwen in het leven. Zijn wil wordt nu gevormd. Sprookjes en kunstzinnig bezig-zijn, naast vrij spel, kringspel, samen eten, zingen en dansen maken zo'n kleuterdagje weloverwogen vol. Elke dag verloopt in een vast ritme: een houvast voor ieder kind waardoor het zich kan ontplooien en groeien. Rond half negen brengen de ouders hun kleuters tot bij hun kleuterjuf of -meester. Na het ochtendritueel komen ze tot verschillende activiteiten: tekenen, kringspelen, arbeidsspelen, brood bakken, soep maken, verhalen ... De poppenhoek, het keukentje en de bouwhoek nodigen uit tot een vrij fantasiespel. De overgang naar de lagere school